‘Liever goed onderwijs voor iedereen, Sander’

04-09-2013 door Miek Smilde

Wie het woord voor het eerst in de mond nam weet ik niet, maar sinds een paar jaar is het hip: excelleren. Het maaiveld en het typisch Nederlandse doe-maar-gewoon hebben afgedaan, het moet afgelopen zijn met de zesjescultuur, leve de toppers. Ook staatssecretaris Sander Dekker wil afrekenen met de middelmaat en talent de ruimte geven. In vijf jaar cum laude slagen voor je vwo-examen en een door het bedrijfsleven gesubsidieerde beurs voor slimmeriken zijn twee van de mogelijkheden die hij oppert om ‘toptalenten meer uit te dagen en te belonen voor hun prestaties’.

Ik ben de eerste om toe te geven dat het onderwijs hier en daar de lat flink wat hoger mag leggen als het om basale cognitieve vaardigheden gaat als rekenen en taal. Iedereen die wel eens les heeft gegeven aan universiteit of hbo zal beamen dat de gemiddelde student het Nederlands slecht beheerst. Het Koningslied (‘de dag die je wist dat zou komen’) en de H.J. Schoo-lezing van premier Rutte (‘ik zie een land voor ogen…’) zijn sprekende voorbeelden van de belabberde stand van het taalonderwijs. Te lang is de nadruk gelegd op gezellig meedoen in de klas in plaats van op toepassing van ’t kofschip. Niet voor niets is de vereniging Beter Onderwijs Nederland opgericht om het echec van veertig jaar onderwijsvernieuwing aan de kaak te stellen.

Goed onderwijs voor iedereen is echter iets anders dan excellent onderwijs voor enkelen. Harde exameneisen voor alle leerlingen, zonder onderhandelingsmarge, zijn iets anders dan gesubsidieerde beurzen voor een paar hyperintelligente kinderen. Het eenzijdig belonen van excellerende leerlingen zal niet alleen leiden tot de uitdaging die Dekker voor ogen staat, maar ook tot de zoveelste wedstrijd tussen winners en losers die onze samenleving typeert. Al jaren is er een felle strijd gaande tussen ouders en leerkrachten over de Citoscore, want wie onder de havo-vwo-norm scoort, heeft eigenlijk al afgedaan. Die concurrentie om bij de winnaars te horen en vooral niet achter te blijven maakt kinderen, en ook hun ouders, doodongelukkig.

Dwang tot succes

De ouders die het kunnen betalen, procederen net zo lang tot hun kind op het goede gymnasium zit; de excellerende leerlingen gaan gebukt onder het gevoel het allemaal te moeten waarmaken. Later in hun loopbaan kan dat leiden tot gevoelens van mislukking. De dwang tot succes en geluk is zo groot, dat het gebruik van antidepressiva onder zogeheten excellerende toppers schrikbarend hoog is. Lees het boek Identiteit van de Belgische hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe er maar eens op na.

In het van oudsher calvinistische Nederland was woekeren met je talent niet meer dan vanzelfsprekend. Wat dat betreft is er echt niet veel nieuws onder de zon. Natuurlijk moeten we kinderen aanspreken op hun vermogen, ieder op zijn eigen niveau. Natuurlijk moeten we als ouders en onderwijzenden stimuleren en uitdagen. Maar we moeten ook accepteren dat het leven niet alleen bestaat uit topprestaties, maar ook uit blauwe plekken. Dat niet iedereen voortdurend kan excelleren, maar dat er verschillen bestaan, en dat mislukking en verlies bij het leven horen. Dat zouden we onze kinderen weer moeten leren – en onszelf trouwens ook: verliezen. Tegen je verlies kunnen.

Het kind dat 527 voor de Citoscore haalt, is geen loser en mag niet voorgoed worden afgeschreven. De leerling die 550 scoort, mag best wat extra lesstof krijgen, maar moet ook leren te falen. Laten we ophouden iedereen voortdurend de maat te nemen, meneer Dekker. Zorg gewoon voor goed, degelijk onderwijs.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s