Taalverwerving

keyword_illustration_maatschappij-taal-t14956-d13b3

Taal heeft sociale en cognitieve functies. De sociale taalfuncties zijn zelfhandhaving, zelfsturing, sturing van anderen en structurering (beurtgedrag en groeten etcetera). Cognitieve taalfuncties zijn rapporteren, redeneren en projecteren. Rapporteren gaat over benoemen, beschrijven en vergelijken. Redeneren houdt in: chronologisch ordenen, verwoorden middel-/doelrelatie, verwoorden oorzaak-/gevolgrelatie, concluderen en probleem oplossen. Projecteren gaat over het kunnen inleven in een ander of in een situatie en over het voorspellen.

Combilist observatielijst voor taalontwikkeling (leerkracht en leerling) is hier te downloaden: Combilist observatielijst taalontwikkeling

Engelse taal

Taalmiddelen zijn te verdelen in taalfuncties en taalnoties. Voor het drempelniveau Engels moeten de kinderen over de volgende taalfuncties en -noties beschikken:

Taalfuncties
– feitelijke informatie uitdrukken/vragen
– meningen uitdrukken/vragen
– gevoel uitdrukken/vragen
– situaties bewerkstelligen
– sociale contacten leggen/onderhouden
– spijt, waardering en goedkeuring uitdrukken

Taalnoties
– dagelijkse omgeving
– reizen, vreemde talen
– de weg vragen

Kerndoelen voor Engels in het basisonderwijs (Eibo) zijn:
1. Informatie vragen en geven, ontwikkelen van een attitude
2. Betekenis op kunnen zoeken in een woordenboek
3. Schrijfwijze van enkele woorden kennen
4. Informatie verwerven uit luister- en leesteksten

Methodes:
1. Audiolinguale methode: luisteren en spreken, pattern drills.
2. Receptieve methode: spontaan beginnen met praten, creatieve constructie.
3. F-N-methode: meest gangbaar in het basisonderwijs, inhoud is belangrijker dan vorm, geen creatieve constructie.
4. Grammatica-vertaalmethode: uit je hoofd leren, woordenlijsten vertalen, niet geschikt voor Eibo!

Het vierfasenmodel voor het geven van Engels in het basisonderwijs is:
1. Introductiefase= prereceptief
2. Input-/verwerkingsfase= receptief
3. Oefenfase= gesloten productief
4. Overdrachtsfase= open productief

Nederlands als tweede taal (NT2)

Autonomie heeft te maken met het zo spoedig mogelijk verwerven van de Nederlandse taal. Het kind ontwikkelt namelijk zelfstandigheid.

Het is beter het kind impliciet te verbeteren dan expliciet, in verband met de goede feedback. Het taalaanbod voor jonge NT2-leerlingen kan worden gestimuleerd door korte volledige zinnen, makkelijke woorden, veel herhaling, tempo en articulatie.

Spel met elkaar is goed omdat er taal bij wordt gebruikt. Het jonge kind leert meer van taal met volwassenen, omdat de volwassene meer geduld en inlevingsvermogen heeft.

Er zijn drie hoofdregels bij het leren van Nederlands aan een NT2-kind:
1. Niet te snel praten, goed articuleren
2. Herhaal veel
3. Taal moet ingebed worden in betekenisvolle context

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s